Tijdvak 9

In het kort

Tijdvak 9 is een kort tijdvak, maar dat wil niet zeggen dat er niet veel is gebeurd. In de tijd van wereldoorlogen staan de ”oorlogen” natuurlijk centraal. Maar ook om de oorlogen heen zijn allemaal oorzaken te zien. Directe en indirecte.
Zo zien we bij iedere wereldoorlog een aantal indirecte aanleidingen. Bij de eerste wereldoorlog waren dat imperialisme, De Industriële Revolutie, alliantiepolitiek en revanche gevoel. De directe aanleiding was de moord op Frans Ferdinand die de oorlog in 1914 ontketende. Nederland kon in deze oorlog neutraal blijven en deed dus niet mee. De tijd tussen de oorlogen in wordt het interbellum genoemd. Tijdens deze periode werd de voedbodem gelegd voor de tweede wereldoorlog. Zo kwamen door de onvrede die er was totalitaire regimes tot stand waaronder dat van Nazi Duitsland. Gaandeweg zien we hoe Europa steeds dichter bij een oorlog komt. Door de tot stand gekomen regimes kwam uiteindelijk de tweede wereldoolog tot stand in 1939 toen Polen werd aangevallen. In deze oorlog kon Nederland niet meer neutraal blijven, ons land werd op 10 mei 1940 aangevallen.

9.1 De Eerste Wereldoorlog

Op 4 augustus 1914 begon de Eerste Wereldoorlog. En steeds duidelijker stonden twee blokken tegenover elkaar: Duitsland en Oostenrijk-Hongarije (de centralen) aan de ene kant, Rusland, Frankrijk en Engeland (de geallieerden) aan de andere kant. Dit brak uit in een oorlog, maar zonder doorbraak. Eind 1914 waren er al meer doden gevallen dan in alle oorlogen daarvoor bij elkaar. Met nieuwe wapens probeerden men elkaar te doden, zoals gifgas en gevechtsvliegtuigen. Op 11 november 1918 zwegen de wapens, er waren enorm veel doden gevallen, maar er was weinig bereikt.

9.2 De economische wereldcrisis

In 1929 begon een economische wereldcrisis, die vele jaren zou duren. De crisis bracht overal verarming, werkloosheid en wanhoop. De crisis (ernstige verslechtering) kwam des te harder aan omdat er geen rekening mee was gehouden, omdat er al tientallen jaren geen crisis meer was geweest door de technologische veranderingen. Op 24 oktober 1929, Zwarte Donderdag, brak op de effectenbeurs van New York paniek uit. De fors gestegen aandelenkoersen daalden ineens pijlsnel en zouden tot 1932 blijven dalen. Het spaargeld van miljoenen Amerikanen verdampte. De landbouw en industrie konden hun producten niet meer kwijt, de ene na de andere fabriek moest sluiten. Miljoenen wanhopige werklozen hadden nauwelijks te eten. Over heel de wereld ging het zo. Het wereldkapitalisme leek ten dode opgeschreven. De liberale economische politiek werkte niet meer. Er kwam pas herstel toen de nieuwe Amerikaanse president Roosevelt in 1933 zijn nieuwe plan begon uit te voeren. Dit kwam erop neer dat de overheid op grote schaal ingreep in de economie. Er kwamen sociale uitkeringen. Toch ging de crisis niet echt over. Het enige land zonder werkloosheid was de Sovjet-Unie. Dit alles maakte dat de overheid na de oorlog de greep op de economie vergrootte en er een uitgebreid stelsel van sociale zekerheid kwam.

9.3 De totalitaire systemen

De Eerste Wereldoorlog bracht een antidemocratisch monster voort: het totalitarisme. Kort na elkaar ontstonden na 1917 drie totalitaire ideologieën (een geheel van opvattingen over de maatschappij): het communisme (radicale politieke stroming die het particuliere bezit van de productiemiddelen wil afschaffen), het fascisme (verzamelnaam voor extreemnationalistische ideologieën en stromingen, die geweld verheerlijken, antidemocratisch en anticommunistisch zijn en de nadruk leggen op krachtig leiderschap) en het nationaalsocialisme (ook wel nazisme, variant van het fascisme, het stelt alleen niet de staatsmacht voorop, maar de rassenleer). In Rusland greep Lenin de macht als communist. In Italië greep Mussolini de macht als fascist. Adolf Hitler greep de macht als nationaalsocialist in Duitsland. Volgens de rassenleer voerde de Duitsers een strijd op leven en dood met minderwaardige rassen, zoals slaven en joden. In de communistische ideologie deden ras en natie er niet toe, maar ging het er om dat wereldwijd de arbeidersklasse aan de macht kwam. Communisme en fascisme hadden ook belangrijke overeenkomsten, waardoor ze beiden gerekend kunnen worden tot het totalitarisme (politiek systeem dat een totale controle van de maatschappij nastreeft, ook het denken en voelen van alle mensen). Het symbool van de nazi’s was het hakenkruis, en het symbool van de communisten was een hamer en een sikkel. Er werd meedogenloos geheerst en werden veel mensen vermoord die tegen het regime ingingen.

9.4 Propaganda en communicatie

De totalitaire regimes drukten niet alleen alle verzet de kop in, ze wilden ook dat iedereen zich met hart en ziel voor hen inzette. Om enthousiasme te wekken, voerden ze propaganda (het verspreiden van ideeën en het beïnvloeden van meningen). Ze gebruikten vlaggen, vaandels en andere symbolen, verspreidden posters, verheerlijkten de eigen leiders en maakten die van hun tegenstanders zwart, en schildereden de eigen ideologie zo positief mogelijk af en die van de tegenstanders zo negatief mogelijk. De Eerste Wereldoorlog betekende een impuls voor de staatspropaganda. De propaganda werkte beter dan ooit doordat hij werd gecombineerd met onderdrukking. Het effect van de propaganda werd verder vergroot door het gebruik van nieuwe communicatiemiddelen (alle middelen waarmee informatie word overgebracht). De Joden werden op een wrede manier zwart gemaakt op films en radio. In de Sovjet-Unie werd Stalin verheerlijkt, in Duitsland werd Hitler verheerlijkt. Belangrijk voor de totalitaire regimes waren ook de massaorganisaties (organisatie waarbij grote massa’s mensen aangesloten zijn). Mensen en kinderen werden overal geïndoctrineerd.

9.5 Verzet tegen het imperialisme

Tussen de wereldoorlogen groeide in de koloniën het verzet tegen het Europese imperialisme. De Nederlandse regering was niet van plan hieraan toe te geven. De koloniale overheersing sprak niet overal meer vanzelf na de Eerste Wereldoorlog. Mahatma Ghandi was bijvoorbeeld de leider van het Indiase verzet. Hij streefde naar de vestiging van een nationale staat, met gelijke rechten voor iedereen. Hij keerde zich tegen de industrialisatie. India kreeg van de Britten een grote mate van zelfbestuur. Ook in Nederlands-Indie ontstonden opstanden onder invloed van de communistische partij. Dit werd later weer de kop in gedrukt.

9.6 De Tweede Wereldoorlog

Volgens Hitler moest de Eerste Wereldoorlog worden overgedaan, maar nu zou Duitsland overwinnen en heel Europa in zijn macht krijgen. De Tweede Wereldoorlog begon met spectaculaire Duitse successen. De Duitsers liepen Polen onder de voeten vielen in het voorjaar van 1940 Nederland, België en Frankrijk aan.
Tegen deze blitzkrieg waren de Fransen en Britten niet opgewassen. Na de uitschakeling van Frankrijk wilden de Duitsers het Britse luchtruim veroveren. Boven Zuid-Engeland ontbrandde een luchtoorlog, die Groot-Brittannië op het nippertje overleefde. Duitsland ging nog wel maanden door met het bombarderen van Londen en andere Engelse steden. Er velen enorm veel doden en miljoenen mensen vluchtten naar het platteland. De Duitsers veroverde de Balkan en trokken daarna de Sovjet-Unie binnen. Ze veroverden ontzettend veel maar bij Moskou werden ze teruggeslagen. Hitler verklaarde de oorlog aan de VS, maar hiermee tekende hij zijn doodvonnis. Maar de Sovjetsoldaten sloegen de Duitsers steeds verder terug en Duitsland onderging een verschrikkelijke nederlaag. De westelijke geallieerden landden in 1944 in Normandie. Toch viel Berlijn pas op 2 mei 1945. Hitler had zelfmoord gepleegd. Een week later gaf Duitsland zich over. Het dodental van de Tweede Wereldoorlog was zes keer zo hoog als dat van de Eerste Wereldoorlog. Alle partijen pasten in de Tweede Wereldoorlog op ongekende schaal geweld toe tegen de burgerbevolking. Ook van de Sovjetzijde werd de oorlog met grote wreedheid gevoerd. Ook de westelijke geallieerden terroriseerde de Duitse burgerbevolking. Grote Duitse steden werden gebombardeerd door de Britten en de Amerikanen. Uiteindelijk koste dat een miljoen burgers het leven. Na de Duitse capitulatie (overgave) moesten de VS nog afrekenen met Japan. Die boden fanatiek verzet. De Amerikanen bombardeerde alle Japanse steden. Toen dat niet hielp zetten ze hun nieuwste massavernietigingswapen in, de atoombom. Het effect was zo ontzagwekkend en afschuwelijk dat Japan een week later capituleerde.

9.7 Genocide

Het was de eerste kennismaking van het westen met de genocide (volkerenmoord) op de joden. De Holocaust herinnert eraan waartoe racisme en discriminatie kunnen leiden. Verbittering en frustratie bleken wel degelijk een voedingsbodem voor antisemitisme (vijandigheid tegen joden). Het anti-joodse geweld wat allang zichtbaar was, barste los in de kristalnacht, in de nacht van 9 op 10 november 1938. Honderden joden werden vermoord en winkels en huizen werden geplunderd. Hitler gaf het uitmoorden van de joden in handen van de SS. De Endlösung (eindoplossing) van Hitler was dat het continent zou worden uitgekamd en alle joden vergast zouden worden in de daarvoor bestemde gaskamers in de vernietigingskampen. Eind 1942 waren er al vier miljoen joden vermoord.

9.8 De bezetting

10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Nederland was verbijsterd, want ze hadden gehoopt weer neutraal te blijven. Nederland capituleerde al op de vijfde dag. De regering, inclusief koningin Wilhelmina, vluchtte naar Londen. Hitler benoemde de nazi Seyss-Inquart tot rijkscommissaris, ofwel hoogste machtshebber in Nederland. De bezetting (toestand waarin een legermacht een gebied is binnengetrokken en dat onder bedwang houdt) was begonnen. Via de Unie hoopten Duitsers de Nederlanders tot het nationaalsocialisme te bekeren, maar dat bleek een illusie. De onderdrukking en terreur namen toe. De joden werden weggevoerd. De bezetting werd onaangenaam. Auto’s en fietsen werden in beslag genomen, radio’s moesten worden ingeleverd. Velen doken onder om aan de dwangarbeid te ontkomen en er kwamen tekorten aan alledaagse artikelen, zoals textiel, schoenen en zeep. De Duitsers gedroegen zich steeds barser.
In september 1944 bevrijdden de geallieerden het zuiden, maar ze bleven steken bij de grote rivieren. In Holland en Utrecht volgde een Hongerwinter die duizenden mensenlevens kostte. Alles was grauw en treurig. Er was op straat geen verkeer meer, treinen reden niet meer, overal lag puin, vuilnis werd niet opgehaald, scholen bleven dicht, er was geen stroom meer en nog maar een heel klein beetje water. Toen in mei 1945 de bevrijding kwam, was Nederland geruïneerd. De bezetting was zo’n nachtmerrie geworden dat voortaan de geschiedenis werd opgedeeld in ‘voor en na de oorlog’.

Begrippen

  • Antisemitisme: Jodenhaat.
  • Autonomie: Zelfbestuur, zelfstandigheid.
  • Bezetting: Toestand waarin een legermacht een gebied is binnengetrokken en dat onder bedwang houdt.
  • Communicatiemiddelen: Middelen waarmee informatie wordt over gebracht, zoals film, radio en televisie.
  • Communisme: radicale politieke stroming die het particuliere bezit van productiemiddelen wil afschaffen.
  • Crisis: noodsituatie, ernstige toestand.
  • Centralen: Duitsland, Oostenrijk Hongarije en hun bondgenoten in de eerste wereldoorlog.
  • Asmogendheden: Alliantie van Duitsland, Italië en Japan tijdens de tweede wereldoorlog.
  • Geallieerden: Bondgenoten in de tweede wereldoorlog van de landen die tegen Duitsland vochten.

Kenmerkende aspecten

  • De rol van moderne propaganda en communicatiemiddelen en vormen van massa-organisatie.
  • Het in de praktijk brengen van totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaal-socialisme.
  • De crisis van het wereldkapitalisme.
  • Het voeren van twee wereldoorlogen.
  • Racisme en discriminatie die leidden tot genocide in het bijzonder van de joden.
  • De Duitse bezetting van Nederland.
  • Verwoesting op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
  • Vormen van verzet tegen het west Europese imperialisme.